Wetenschap vs. De bijbel. Het ultieme gevecht lijkt het bijna. In deel 2 van het boek Eerste Hulp bij Ongeloof probeert de schrijver (Locht) de moeilijkheid te laten zien van neutraal wetenschappelijk onderzoek. Want wetenschappers nemen altijd hun overtuigingen mee in hun onderzoek. Of ze nu wel of niet in God geloven, hun overtuigingen nemen ze mee.

De schrijver geeft een uitleg over het gebruik van buiten bijbelse bronnen die gebruikt worden om de bijbel “waar te maken”. Toen ik dit las moest ik denken aan een zinnetje wat ik nog wel eens gebruik als ik met een bekende in discussie ben. Ondanks dat ik bewondering heb voor haar vaststaande geloofsovertuiging probeer ik nog wel eens een wat diepere laag van bewijzen naar boven te halen die die overtuiging onderschrijven. Want waar staat het dan? Wat bewijst dat het echt zo gebeurd is of dat dingen echt gezegd zijn? “Het staat in de Bijbel”, zegt ze dan.

Geloof jij alles klakkeloos? Dan ben je zeker een maximalist.
Die bekende geeft het volste vertrouwen aan de Bijbel. Ze gaat er vanuit dat alles dat er in staat ook echt klopt. Locht noemt haar een maximalist. En je voelt het vast al aan: daar tegenover staat de minimalist die er vanuit gaat dat wat er in de bijbel staat niet klopt.
Twee tegenover elkaar staande kampen die met dezelfde wetenschappelijke bronnen tot een geheel andere definitie kunnen komen.
Alleen er is een probleem. Als de wetenschapper zegt: “uit deze en deze wetenschappelijke studies blijkt dat ik gelijk heb”, dan gelooft de leek dat! Een wetenschapper zal het toch wel weten?

Is er leven buiten de kist?
Locht legt het probleem van het omgaan met wetenschap uit aan de hand van Duplo. De Duplomannetjes leven in de kist. Zo af en toe gaat de kist open en worden er mannetjes uit de kist gehaald. En soms gaat de kist open en worden er mannetjes terug in de kist gegooid. Deze mannetjes komen met de grootste verhalen thuis; er is leven buiten de kist! Grote onrust in de wereld van de Duplomannetjes. Zo groot dat een commissie van wijze Duplomannetjes besluit dat er van af dat moment alleen nog waarneembare zaken binnen de kist onderzocht kunnen worden. Over wat er buiten de kist gebeurt kunnen ze niets zeggen. Na wetenschappelijk onderzoek wordt wetenschappelijk besloten dat mensen niet bestaan. Binnen de kist zijn namelijk nog nooit mensen waargenomen. (blz 57).
Het komt er op neer dat waar je ook van overtuigd bent het:

1. Niet het gehele verhaal is.
2.Het altijd gekleurd zal zijn door jouw geschiedenis en
3.Het altijd van binnen een bepaalde kist bekeken wordt.

Hoe wij de dingen zien die we niet kunnen bewijzen bepaalt dus wat wij voor waar aannemen. Bestaat er een god? Twee mensen kunnen tot tegengestelde conclusies komen. Op de vraag of dat verkeerd is zou ik graag nee willen antwoorden want gelukkig zijn wij allemaal verschillend en hebben we geen voorgeprogrammeerde antwoorden, die iedereen maar klakkeloos aanneemt. Of geloof jij alles klakkeloos?
Hou de mogelijkheid dat er een God is maar open
Als je niet helemaal zeker bent of er ‘leven buiten de kist is’ maar wel de historische betrouwbaarheid van de bijbel een eerlijke kans wil geven kan je maar het beste de mogelijkheid van het bestaan van god open houden. Dat is het advies van de schrijver.
Persoonlijk denk ik dat ik dat al een tijdje doe, de mogelijkheid open houden. Want mijn zoektocht is er aan de ene kant omdat ik denk dat er wel iets is. Iets wat de aarde begonnen is en misschien wel zo nu en dan nog eens ingrijpt. Maar wat datgene is, waarom het iets wel of niet doet en met welke overtuiging hij/zij dit doet is voor mij onbekend.
Er schoot me nog een ding te binnen toen ik dit deel aan het lezen was. Als je er vanuit gaat dat niemand echt de volledige waarheid weet en kent. Waarom accepteren we dan niet gewoon dat de waarheid ergens in het midden ligt?

Misschien dat dat een kerkscheuring voorkomen had.

Categorieën: zoektocht naar god

Geef een reactie